Een lekker rustig dagje, vandaag. Het is Zondag en dat is de enige dag in de week dat ik niks van mezelf moet. Alles wat ik doe gaag op z’n Zondags. In het atelier werk ik verder aan mijn laatste schilderij en in huis ga ik nog twee ontbrekende tekeningen maken voor het eerste katern van het Wiese-boek.
Hierboven zie je een foto van de voltooide illustraties. Voor het volgende katern moet ik er nog veel meer gaan maken. Dat is een geheel nieuw deel tekst waarin ik meer aandacht besteed aan het uitwerken van karakters en veel (historische) achtergrond informatie. Dat zit alleen in de handgedrukte versie van het boek. En ook deze tekeningen komen niet voor in het boek dat gedrukt wordt voor de handel.
Er komt straks een nieuwe expositie bij Kult, in Terneuzen. Daar is ook een werk van mij bij aanwezig. Het had echter niet veel gescheeld of ik was het straal vergeten om dat werk op tijd daar af te leveren. Gelukkig dacht ik er net op tijd aan en is alles nog goed gekomen. En in het atelier werk ik verder aan de insluit/inkttafel die ik gisterenavond nog helemaal gestript heb van verf en handvatten. En dan ontdek ik terloops iets leuks.
In het doosje met cliché’s dat ik laatst van Harry kreeg, zat een wel heel toepasselijk cliché wat bijna regelrecht refereert naar Wiese. ‘In de nacht sloop ze naar de drukkerij’ staat onder de afbeelding van een vrouw die aan een zetbok staat te werken, met op de achtergrond een Gutenberg pers en een venster. Hoe leuk is dat? Ik ga er t.z.t. wel een leuke afdruk van maken. Misschien zelfs wel een leuk idee om te verwerken in het Wiese-boek.
En dan heb ik dus precies op tijd het schilderij ‘Zondagse kool’ afgeleverd bij Kult voor de expositie rond het zilveren jubileum van Kult en de kunstuitleen in Terneuzen. Komt dat zien. Vanaf 14 Mei t/m 22 Juli
Vandaag kreeg ik hulp van twee experts op het gebied van historisch drukwerk. John en Karel. John woont hier een eindje verderop in Pilippine waar hij een Monotype lettergieterij heeft en mij van tekstblokken kan voorzien, en Karel heeft het Historisch Druckerytje te Middelburg. Beiden zijn ook lid van ‘Drukwerk in de marge’ en maken actief deel uit van de wereld van ‘Iron press Private printers’.
John bracht dit doosje mee met ‘initialen’. Dat zijn loden letterblokjes met versierde letters waarmee een hoofdstuk begonnen kan worden. Voor dit doosje met initialen is hij helemaal naar Polen gereisd om ze te kunnen gieten in matrijzen die ze alleen daar hebben. In mijn voorbeeldboek uit 1664 kan ik daar en mooi voorbeeld van laten zien.
Een initiaal, in dit geval de letter ‘P’, geeft de start van een nieuw hoofdstuk aan. Zo kan ik dat dus nu ook gaan doen in het Wiese-boek met de initialen die John meebracht.
Een ander belangrijk onderdeel is dit. Karel bracht het ‘Nummero-teken in lood. Aan het begin van elk boek komt dat te staan. Met pen vul ik het nummer in en de hoeveelheid boeken die er van dit exemplaar gedrukt worden. Dat zou dan nummer 1 van de serie van 250 boeken kunnen zijn, want dat is mijn streven. 250 handgedrukte en handgebonden boeken met het complete verhaal van Wiese, de gesel van Axel.
In warm rood komen straks de belangrijke naamsvermeldingen te staan op de titelpagina. Karel bracht daarvoor dit blik van Van Son mee. Zo komt de werkelijke druk steeds een stapje dichterbij. Een heel avontuur in ontwikkeling, want steeds kan er nog wat bijgesteld en verbeterd worden voordat de daadwerkelijke druk gaat beginnen. Een heel proces en ook een heel avontuur.
Het zoeken naar materiaal voor mijn grafisch atelier heeft vandaag een extra impuls gekregen. Behalve een stenen insluit / inkt tafel liep ik ook tegen een originele papierbok aan die ik hard nodig heb voor het opbergen van alle papier wat ik nodig heb om te kunnen drukken.
Vandaag ging ik naar Breda om daar de boekhouding af te geven bij de boekhouder en een portret bij Via Mioni. Een heerlijk dagje karren door een zonovergoten landschap.
Maar dit drukkerij-meubel is natuurlijk helemaal fantastisch voor mijn plannen met drukwerk kunsten. In de lades, die in drukkerijjargon ‘kasten’ heten, zitten nog speciale letters en lijnen. Links en rechts kan ik al het papier opbergen wat ik nodig heb om te drukken. De opstaande kast is bedoeld voor het opbergen van het ‘wit’. Dat is alles wat nodig is om zetsel op te sluiten in delen die niet bedrukt moeten worden. Van dunne lijnen tot blokken. Dat blijft wit op het papier. Vandaar de term ‘wit’. Maar nu moet die kast van Fijnaart naar Hoek getransporteerd worden. Het volgende avontuur staat al weer voor de deur. Want dit meubel is 270 cm lang en loodzwaar.
Er komt heel wat bij kijken eer ik alles bij en voor elkaar heb om te kunnen drukken. Nu is de belangrijkste stap de bestelling van de cliché’s. Maar een cliché moet nog overnieuw getekend worden. Dat moet dus eerst gebeuren. Vandaag kwam ook mijn hoogtemeter binnen met de HH-maat (Hollandse hoogte 24,85 mm.). Om alle cliché’s op de juiste hoogte op houten voeten te kunnen maken.
Voor de tekening van het portret van Wiese ging Anouschka vandaag model staan in de galerie van Anne. (Lokaal 54 te Terneuzen). Als ik die tekening naar behoren heb kunnen maken kan ik alle tekeningen die ik nu nodig heb laten omzetten in cliché’s. Daar ga ik vanavond nog aan werken.
Langzaam vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Vandaag zie ik dat de pagina verhoudingen op mijn zetwerk niet kloppen. Dat maak ik gelijk in orde. ‘s-Middags ga ik bij Karel langs want die heeft speciale cliché tape voor me om de cliché’s op houten blokken te kunnen plakken. Zo kom ik steeds een stapje dichter bij het drukken.
Vanmorgen heb ik vooral aandacht gehad voor het maken van zetwerk voor de eerste pagina’s van het Wiese-boek dat in Augustus op tafel moet komen te liggen. Daarvoor heb ik vandaag ook nog even zitten schrijven. De puntjes op de i gezet om de tekst volledig af te werken zodat ik die stapsgewijs bij John aan kan leveren om die om te zetten in loden letters.
Maar ik heb ook alle muren van het atelier nu wit kunnen schilderen. De laatste stukjes muur heb ik nu ook gedaan. Daarmee kwam een lang slepend agendapunt op een eind. De verbouwing van het atelier kan beginnen zodra de aannemer tijd heeft. En die heeft het nog steeds druk. Zelf kan ik al wel wat voor gaan bereiden en dat zal de komende week wel gebeuren, verwacht ik.
Het kost tijd, maar er is vandaag een belangrijke stap gezet. Het zetwerk voor het eerste drukvel van het eerste katern van het boek over Wies, de gesel van Axel, ligt klaar op het drukbed van de Albion pers. De volgende stap is het bestellen van de cliché’s voor dit verhaal. Ik ga de cliché’s allemaal op en houten voet plakken en zo in het zetwerk monteren. Op de ouderwetse wijze, want anders gaat het nog langer duren.
Vandaag is het Pasen en dan doe ik even niks. Nou ja, bijna niks. Ik kan het toch niet laten om nog wat voor te werken aan het voorbereiden van het drukwerk wat ik straks wil gaan maken met de cliché’s. Daar moet nog het een en ander voor geregeld worden. De man die de magneetvoeten te koop aanbood reageert niet op de site van Drukwerk in de marge en niet op de mail die ik hem gestuurd heb. Dus moet ik wat anders verzinnen en dat vond ik.
Ook moet ik nog wat tekeningen maken voor het boek. Daar is het nu een uitgelezen dag voor.
Het zal niet zo heel lang meer duren dat ik alle pagina’s van het Wiese-boek ga drukken. Als die allemaal gedrukt zijn zullen al die losse vellen papier samengebonden moeten worden tot een boek. Dan heb ik het binnenwerk klaar en heb ik een zogenaamd boekblok. Dat moet dan netjes recht gesneden worden met een snijploeg of papierploeg. Zo ging dat ook in de middeleeuwen en zo wil ik het ook doen.
Vandaag kwamen er twee snijploegen binnen die ik besteld had. Nu kan ik zo’n boekblok keurig strak snijden en verder gaan behandelen. Stapje voor stapje krijg ik steeds meer materiaal en gereedschap binnen om een boek te kunnen maken. In dit filmpje laat ik je zien hoe je met een snijploeg werkt.